Natuur

De N381 loopt onder meer langs het Wijnjeterper Schar en door het Drents-Friese Wold, beide Natura 2000-gebied. Sinds 2007 begeleidt Buro Bakker de provincie bij het bewaken van de planten- en dierenpopulaties langs het tracé.

 

Natuur met ‘plus’ achterlaten

“Een dergelijk traject begint met een onderzoek naar de natuurwaarden in het gebied. Daarbij worden alle flora en fauna langs de tracévarianten in kaart gebracht”, vertelt Rudmer Zwerver van het ecologische adviesbureau uit Assen. “Wat we aantroffen waren onder meer kwetsbare soorten als dassen, vleermuizen, slangen, poelkikkers en orchideeën.”

Stap 2 is het in kaart brengen van de impact op de verschillende leefgebieden. En het compenseren en verzachten van eventuele schade. “De provincie wilde daarbij inzicht in drie opties: de minimale volgens de wet vereiste compensatie, volledige compensatie én een variant waarbij we de natuur met een ‘plus’ achterlaten. Een uitzonderlijk verzoek, want de meeste opdrachtgevers houden het bij opties 1 en 2”, aldus Zwerver. "De natuur profiteert van dit project, bijvoorbeeld rond het Âlddjip. Daar zijn de betonnen bruggetjes verdwenen. In plaats daarvan is een hogere brug gekomen, met oevers breed genoeg voor grote dieren. Zo kunnen bijvoorbeeld reeën de brug onderlangs passeren.”

In totaal zijn er meer dan vijftig faunapassages langs het nieuwe tracé. Daarmee is met relatief weinig (financiële) middelen veel schade voorkomen. Rudmer Zwerver: “Er is de nodige scepsis over ecologische maatregelen bij bouwprojecten. Maar mensen zijn vaak niet bewust van de gevolgen als maatregelen uitblijven. Neem de hop-over voor vleermuizen. Zonder zou een vleermuizenpopulatie flink uitdunnen. Met als resultaat: miljoenen meer muggen en schadelijke insecten voor de landbouw.”

 

Maatregelen voor das

Rond Donkerbroek passeren automobilisten drie leefgebieden van de das. Om te voorkomen dat ze worden doodgereden, staan op diverse stukken rasters langs de weg. Zogenaamde ecoduikers (waterdoorlaat met looprichel) en enkele tientallen dassentunnels onder de weg door helpen de dieren naar de overkant.

In oktober 2013 zijn de dassenburchten bij ’t Hoogezand en in het Tjongerdal ontmanteld. Dit moest gebeuren omdat ze te dicht of zelfs onder de nieuwe weg liggen. Om te voorkomen dat dassen het slachtoffer worden van de werkzaamheden, zijn de dieren buitengesloten van hun burchten. Deze zijn vervolgens onder begeleiding van een ecoloog verwijderd. In het voorjaar van 2012 zijn al diverse zandruggen van zo’n dertig bij acht meter gemaakt. Hier heeft de das nieuwe burchten in kunnen graven.

 

Maatregelen voor vleermuis

Ook vleermuizen krijgen hulp om te wennen aan de vernieuwde weg. Zo zijn op diverse plaatsen hop-overs aangelegd. Hierbij helpt een metalen constructie in de middenberm de beestjes om de weg veilig te kruisen. Bij Wijnjewoude en Donkerbroek staan tijdelijk kunstbomen: grote borden op lange houten palen. Ze vervangen de gekapte bomen en wijzen vleermuizen de weg naar hun jachtgebied en kolonie.

 

Maatregelen voor poelkikker

Nabij de Tsjonger zijn enkele sloten gedempt waarin de poelkikker zich normaal gesproken voortplantte. Om de kikkers uit die sloten te houden, werden amfibieënschermen rond het water geplaatst en werd vegetatie verwijderd. Zo werden de kikkers gedwongen om de twee nieuw aangelegde poelen op te zoeken. Dit voorjaar bleek deze missie geslaagd.

 

Maatregelen voor otter

´╗┐´╗┐´╗┐Recentelijk zijn in de omgeving van de Tjabbekampster Waterlossing sporen aangetroffen van de otter. Er zijn geen verblijfplaatsen (burchten) gevonden. De otter is een beschermde diersoort. Daarom moesten maatregelen getroffen worden om het leefgebied te beschermen. Bij de Tjabbekampster Waterlossing is een nieuwe waterberging gerealiseerd. Door dit oppervlakte aan nieuw open water, zal het oppervlak potentieel foerageer-/ leefgebied van de otter toenemen. Verder zijn op vier locaties extra faunatunnels onder de nieuwe N381 aangelegd.

 

Bij-vriendelijk

De N381 heeft ‘bij-vriendelijke’ struiken en bomen, namelijk de Drentse krent, kastanje, meidoorn, brem, kamperfoelie, wilde appel, wilde braam en lijsterbes. Van belang is dat de struiken en bomen niet allemaal tegelijk bloeien, maar verspreid over het jaar. Dan profiteren de bijen er het meest van.